Hij wil later prinses worden. Want die hebben van die mooie jurken aan. Prinsessen en jurken zijn voor hem onlosmakelijk met elkaar verbonden: elke vrouw in een langere jurk is een ‘prinses’. Hij bladert door een vrouwentijdschrift en vraagt waarom al die prinsessen zo boos kijken. Goede vraag, jongen. Als hij naar een autoprogramma op tv kijkt en een supersnelle Ferrari ziet, zegt hij: ‘Als ik later prinses ben, wil ik ook zo’n auto’.
Als hij zit te eten, vraagt hij of prinsessen ook soep met balletjes lusten. ‘Jazeker, en ze eten vooral altijd netjes hun bordje leeg!’, zeggen we dan, in een poging de prinsessendroom te misbruiken voor onze opvoeding. En ondertussen doet hij de wereld zoveel mogelijk kond van zijn ambities. Wat hem betreft weet iedereen, van de tandarts tot de kassière in de supermarkt, wat hij later wil worden.

Hij is bijna vier en dan ligt de wereld nog aan je voeten. Hoezo grenzen? En wie zegt überhaupt dat het honderd procent onmogelijk is? Het plaatst je als ouder vooral voor het dilemma hoe je ermee om wilt gaan. Koop je een prinsessenjurk voor hem, omdat hij er al zo lang om zeurt? En waar mag hij die dan aan? Laat je het een beetje op z’n beloop, of sla je de droom aan diggelen met de realiteit, omdat je wilt voorkomen dat hij er ooit mee gepest wordt? Wil je je kind opvoeden volgens de stereotiepe man/vrouw-rolpatronen, of zie je dat wat losser? En wat als vaders’ aversie tegen een prinsessenjurk voor zijn zoon vele malen groter is dan die van moeder?

Dan biedt carnaval uitkomst. Wilde zoonlief eerdere jaren niets weten van welk carnavalskostuum dan ook, op de vraag of hij dit jaar met carnaval misschien een prinses wilde zijn, hoefde hij geen twee seconden na te denken. Natuurlijk moest hij mee toen het felbegeerde kledingstuk uitgezocht werd. Het werd er één met roze tule en gouden biezen. Zo blij als een kind liep hij met de prinsessenjurk van zes euro in zijn armen de winkel uit. Hij wist al precies wie de jurk allemaal moest gaan bewonderen. Niet alleen opa en oma, maar ook de buren en natúúrlijk de boerin waar we altijd fruit kopen. Vol trots showde hij zijn aanwinst.

Ze had nog nooit zo’n mooie prinses gezien. En ik eigenlijk ook niet.