Zestig jaar nadat Thei en Mia elkaar het ja-woord gaven, vond zij het hoog tijd dat ze nóg eens trouwden. “En als Mia dat zo graag wil, moeten we dat gewoon doen, toch Femke? Wil jij ons trouwen?”, vroeg Thei me ruim een maand geleden. Ze wonen allebei in ons verpleeghuis, maar niet op dezelfde afdeling. Zij is het levende bewijs voor de uitspraak ‘het hart wordt niet dement’. In haar hart zitten naast haar man en haar zoon alle teksten van de Limburgse liedjes waarvan ze houdt (én voetbalclub Fortuna Sittard). Zodra ze me ziet, ook als ik mijn gitaar niet op mijn rug draag, zegt ze: “Wanneer gaan we weer samen zingen?” En nu wilde ze dus opnieuw trouwen en mocht ik de rol van ambtenaar vertolken. Een bruiloft is immers een ritueel; bij uitstek het terrein van de geestelijk verzorger.
De collega’s van de zorg en de activiteitenbegeleiding haalden alles uit de kast. Ze regelden een zwarte cilinderhoed en een corsage voor de bruidegom en kleedden de bruid in het wit. Uit een eigen pluktuin kwam een bruidsboeket, een diadeem met gipskruid, er waren kanten witte handschoentjes en meer. De woonkamer waar de ceremonie ging plaatsvinden werd uitbundig versierd en op de valreep werd er een koppelbed geregeld op haar kamer, zodat hij voor het eerst sinds 2,5 jaar weer eens naast haar zou kunnen slapen, in de ‘huwelijksnacht’.
Ik nam de bruidegom op de duo-fiets mee naar een terras, waar hij me vertelde hoe ze elkaar hadden leren kennen. Ik schreef de tekst voor de ceremonie, en een persoonlijke tekst op een liefdeslied dat ik na afloop voor ze wilde zingen. Ik knipte rode harten voor op de vloer en confetti om over hen uit te strooien bij het ‘jullie mogen elkaar nu kussen’.
Hun beider trouwringen waren de afgelopen zestig jaar ergens verloren gegaan. De receptioniste kwam met het idee nieuwe eenvoudige ringen te kopen en hielp met het opnemen van Mia’s ringmaat. Samen met Truus, steun en toeverlaat van het echtpaar, toog hij naar de juwelier. Trots toonde hij me een paar weken voor de grote dag het doosje met twee goudkleurige ringen; de hare met een fonkelend hartje erin. “Ik weet niet of het echt goud is”, zei hij erbij, maar daar ging het niet om. Het ging om het symbool. Net zoals het niet uitmaakte dat ze feitelijk al getrouwd waren: het ging om het ritueel. Een ritueel om hun liefde te vieren, samen met iedereen die hen een warm hart toedraagt.
Het moment waarop ze in haar rolstoel de kamer in kwam gereden, onder het klinken van de klassieke Bruidsmars uit de Midzomernachtsdroom, was onvergetelijk. De bruidegom schoot vol en met hem nog een paar anderen. Tijdens mijn verhaal beaamde Mia regelmatig hardop dat het zo allemaal gegaan was en het ja-woord kwam nog voor ik mijn vraag helemaal had gesteld. De verzorgende van Mia hield een prachtige speech over de nog altijd stralende liefde van het echtpaar. En toen was het tijd voor muziek, samen zingen, felicitaties en cadeaus, onder andere van de wethouder én van Fortuna Sittard. Tijd voor nog meer lachen en ook een traan. Twee collega’s van de zorg, tevens hobbyfotografen, legden de onvergetelijke middag prachtig vast.
Een middag waarover Mia ’s avonds toen ze naast Thei in haar bed lag, eerst tien keer zei hoe geweldig hij was geweest, om daarna als een os in een snurkende slaap te vallen. “Ik heb geen oog dicht gedaan”, zei hij de volgende ochtend, moe maar voldaan. Wat hem betreft vieren ze over vijf jaar ook hun ‘briljanten’ huwelijk samen. Voor mij was dit al een briljante dag. Een unieke ervaring: om door een gouden ringetje te halen.
Met dank aan Liza Abraas voor de mooie foto.








