Prof. dr. Jos Kleinjans, hoogleraar ‘Environmental Health Science:

‘Over de betekenis van big data voor de gezondheidszorg wordt het een en ander beweerd, maar het is zaak dat te testen. Anders krijg je geen serieuze ontwikkeling. Met dat doel is een nieuw onderzoeksinstituut opgericht, genaamd BReIN (Brightlands e-Infrastructure for Neurohealth). We willen een adequate infrastructuur creëren voor het verzamelen, opslaan en bewerken van big data in de gezondheidszorg.
Als “prototye” zochten we een ziekte waarbij zowel imaging als genomics relevante data opleveren. Zo kwamen we op de ziekte van Alzheimer uit; een buitengewoon belangrijk onderwerp, waarvoor nog weinig geneesmiddelen bestaan.Er zijn grofweg twee onderzoekslijnen. In de eerste gaan we hersen- en bloedmonsters van patiënten van het Alzheimer Centrum Limburg en De Maastricht Studie analyseren, om de invloed van de omgeving op het ontstaan van de ziekte in kaart te brengen. Als toxicoloog heb ik het dan vooral over gevaarlijke chemicaliën die we via de omgeving binnenkrijgen. Voor het benodigde experimentele onderzoek gaan we een stamcelplatform voor hersen-organoïden ontwikkelen. Uit een huid- of bloedmonster van patiënten halen we stamcellen, die we in het lab stimuleren om uit te groeien tot verschillende types zenuwcellen. En zo ontstaan een soort “mini-hersenen” waaraan je chemische stoffen kunt toedienen.

De genomicsinformatie die we uit de celmodellen halen, koppelen we aan de genomicsinformatie uit het brein, ruggemergvloeistof en bloed van overleden alzheimerpatienten en dat koppelen we weer aan mri’s van het brein en de genomicsdata van ruggemergvloeistof en bloed van levende patiënten en gezonde mensen. Zo kunnen we met redelijke zekerheid zeggen dat wat we in de stamcelmodellen observeren, relevant is voor de patiënt. Zo ontstaat belangrijk mechanistisch inzicht. We hopen te leren hoe je in de oorzaak-gevolg-keten zou moeten ingrijpen met een bepaald geneesmiddel, om deze ziekte beter te kunnen remmen.
Het Alzheimer Centrum Limburg zorgt niet alleen voor de patiënten en hun lichaamsmateriaal voor deze grote studie, het is ook inhoudelijk een belangrijke gesprekspartner. Over zeven jaar hopen we een grote stap dichterbij betere diagnostiek en mechanistisch inzicht te zijn. Waarop het ACL ook weer cruciaal is voor de vertaling van onze bevindingen naar de zorgpraktijk.’