Sorry Onno, maar op deze internationale vrouwendag gaat deze column natuurlijk niet over carnaval. Als de centrale figuur tijdens dit kleurrijke volksfeest nu nog een prinsés zou zijn, lag de zaak misschien anders. Maar de emancipatie heeft naar mijn idee nog een lange weg te gaan binnen het carnaval en dus gebruik ik mijn vierhonderd woorden vandaag voor een eerbetoon aan vrouwen.

En dan eens niet de vrouwen die glazen plafonds doorbreken, die het wél tot burgemeester of hoogleraar schoppen, of de vrouwen die ogenschijnlijk met twee vingers in hun neus een drukke baan combineren met drie kinderen en er óók nog kek uitzien. Nee, ik wil het hebben over het uitstervende soort vrouwen. De vrouwen die na de lagere school geacht werden mee te draaien in het huishouden, om moeder te ontlasten bij de zorg voor de vele kinderen. Die daarnaast tussen de bedrijven door nog wat extra geld verdienden bij de boer ten bate van het armlastige gezin. De vrouwen die nooit een vak hebben geleerd, maar experts zijn als het gaat om ‘verzorgen’. Die simpelweg niet beter weten dan dat de liefde door de maag gaat. De vrouwen met de ‘niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit’. De vrouwen die zich het liefst wegcijferen en zich rijk voelen als anderen het goed hebben.

De vrouwen aan wie alle feministische strijd, inclusief honderd jaar internationale vrouwendag, niet besteed is gebleken. Omdat ze er niet in mee kónden, of het vooral niet wilden. De vrouwen zonder carrièreplanning. Voor wie ‘maatschappelijke erkenning’ minder belangrijk is dan de liefde van het gezin. De vrouwen die nog niet hoefden te presteren op werk én gezin én huishouden én een sociaal leven én een stralend uiterlijk (dankjewel emancipatie). Die zich konden beperken tot het gezin en het huishouden, en zich daar ogenschijnlijk makkelijk in schikten. De vrouwen die poep, kots en andere ellende opruimden zonder klagen. Die hun lot accepteerden zonder een intensieve mindfulness-cursus. Omdat ze niet beter wisten.
Voor die vrouwen wil ik een standbeeld, getiteld ‘Niet lullen maar poetsen’. Want binnen een paar decennia zijn ze uitgestorven in Nederland. En ik denk dat we ze gaan missen.