Judith Sluimer verwierf in 2025 een prestigieuze Vici-beurs van NWO: anderhalf miljoen euro voor vijf jaar onderzoek. Zeven jaar eerder kreeg ze een Vidi. Dat klinkt als een soepel succesverhaal, maar dat is niet het verhaal dat ze hier wil vertellen. “Daar kies ik bewust voor, want het waren zeven zware jaren, waarin ik bijna mijn vuur voor de wetenschap kwijt ben geraakt. Voor de jongere generatie vind ik het belangrijk een eerlijk verhaal te vertellen.” Daarnaast gaat dit verhaal over leiderschap, want ze leidt sinds 2025 de CARIM-divisie Blood.
Met behulp van haar vorige grote beurs, de Vidi, verzamelde Sluimer vanaf 2019 ‘superdata’ voor haar onderzoek naar het scheuren van atherosclerotische plaque door een verstoorde aanmaak en afbraak van bindweefsel in de vaatwand. “Na een poos raakte het geld op. Ik diende ontzettend veel beursaanvragen in, kwam vaak tot en met de laatste ronde en greep er dan toch net naast. Dan sta je met lege handen. Als je zoveel commentaar van reviewers op je voorstellen hebt gehad, kom je soms zelfs weer op je eerste projectopzet terug. Niks is ooit perfect; bijna geen enkel project is 100% zeker uit te voeren.”
Veni-Vidi-....
Een jaar eerder kon ze ook op gesprek komen voor een Vici-beurs, maar greep ze toch mis. “Toen heb ik serieus overwogen of ik dit nog wel wilde. Je veerkracht neemt af. Ik heb altijd gezegd dat je je voldoening ook uit andere dingen moet halen als wetenschapper, maar dat werd steeds moeilijker. Als het geld op is, kun je eenvoudigweg niks meer. Mijn wachtwoord destijds was ‘VeniVidiFoetsie’ als grapje om het niet te zwaar te maken.” Dergelijke tegenspoed maakt ook creatief, merkte Sluimer. Via een gastaanstelling bij de RWTH in Aken kon ze in Duitsland op zoek naar financiering, waar de slagingskansen veel groter zijn dan in Nederland. “Het was een logische stap omdat ik al samenwerkte met professor Kramann, ik kon de onderwerpen logisch scheiden en ik reis in 35 minuten van thuis naar kantoor daar.” Ze wist een Duitse beurs binnen te halen, en daarmee een post-doc aan te stellen die ook op beide plekken werkt.
Vlak na de eerste Vici-afwijzing kwam er een stimuleringsbeurs van de Nederlandse overheid voorbij, waarvoor ieder instituut één onderzoeker kon nomineren. CARIM nomineerde haar en rond dezelfde tijd kon er een postdoc starten bij haar met een beurs. En toen lukte de tweede poging voor de Vici alsnog. “Ineens is het geldlaatje dan weer vol. Maar voor mijn gevoel was het op het randje. Anderen zeiden wel steeds: ‘Het komt goed, je moet blijven kloppen aan die deur, je papers zijn super’, maar het is soms lastig om op te blijven vertrouwen. Wat blijkbaar dus toch moet.”
De verschillen tussen haar eerste Vici-aanvraag en de tweede zijn heel klein, vertelt ze. Bij de tweede poging had ze meer pilotdata om te laten zien dat ze een bepaalde techniek al beheerste en maakte ze het risico wat kleiner. “Dan sta je er ook wel zekerder: het maakt niet uit wat ze zeggen, want ik weet dat ik het kan.”
Strategisch spel
De ‘cross species multi omics atlas’ die onderdeel is van haar Vici-project is uitdagend, ook voor reviewers. Ze ervaart het schrijven van een beurs soms als een strategisch spel. “Het moet vernieuwend zijn, gebaseerd op genoeg pilot data, het moet aan alle kanten kloppen, weinig risico bevatten, haalbaar zijn. Dat kan dus alleen met een team. Zij hebben de data gegenereerd en ik help de lijnen uit te zetten.” Daarnaast kreeg ze veel hulp bij het scherper opschrijven van haar voorstel van het Research office van de UM Faculty of Health, Medicine and Life Sciences. Waar ze zelf heel tevreden was over haar grafische figuren bleek een designer die toch naar een hoger niveau te kunnen tillen. “Dat was ook heel leerzaam”, zegt ze met gevoel voor zelfspot. “De Universiteitsbibliotheek analyseerde tot slot mijn CV: welke trefwoorden passen bij de expert die je zegt te zijn en waarom past het binnen CARIM? Dat was heel helpend om de puntjes op de i te zetten.”
Een maand of wat na het gesprek kreeg ze rond zes uur ’s avonds een mail van NWO, dat ze de Vici daadwerkelijk had gekregen. Uitzinnig blij sprong ze haar kantoor uit, op zoek naar mensen om het mee te delen. “Er was geloof ik nog één iemand op het lab, ik weet eerlijk gezegd niet eens meer wie, die heb ik even vastgepakt in mijn euforie. De opluchting was zo groot. De volgende ochtend was er champagne voor iedereen en klapzoenen van de decaan op het carnavalsfeest daarna. Dat was wel waanzinnig… de opluchting. Anderhalf miljoen voor vijf jaar, dat maakt echt wel verschil.”
Het onderzoek
Met haar onderzoek toonde Sluimer eerder al aan dat de eerste tekenen van vaatwandveroudering zichtbaar zijn in de buitenste laag van de bloedvaten. Dit is in haar ogen het begin van hart- en vaatziekten, wat je zou willen stoppen, of liefst omkeren. Ze richt zich al jaren op de rol van fibroblasten hierbij, die in de buitenste laag van bloedvaten zitten. “Door mijn connectie met Edinburgh kon ik heel snel na eerste publicatie over de nieuwe technologie single cell sequencing, deze techniek gebruiken om genexpressie te bekijken in individuele cellen. Hiermee konden we de fibroblasten onderscheiden van de gladde spiercellen in de vaatwand. Ze lijken erg op elkaar, dus dat wass niet eenvoudig. Toen vonden we een fibroblast-specifiek gen waarvan we niet wisten wat het deed. Een collega in Canada had muizen die dat gen misten, dus ik wilde graag de aorta’s hebben voor onderzoek. Maar toen kwam Covid en konden onderzoekers en muizen niet reizen, waardoor de dieren steeds ouder werden in Canada. Daardoor hadden we dus ineens oude muizen zonder dat gen, die een hogere bloeddruk ontwikkelden dan oude muizen mét het gen. De aders konden niet meer goed ontspannen en samentrekken. Jonge muizen waren volledig normaal. En zo hadden we bij toeval ineens een causaal verband tussen dat gen, en de functie van oude bloedvaten”
Ze dook voor het eerst in het onderzoeksveld van veroudering, waar een wereld voor haar openging, onder andere met een proefdier dat resistent lijkt te zijn tegen veroudering. “Het is zo groot als een muis, maar terwijl een muis maximaal drie jaar wordt, kan dit dier veertig jaar oud worden. Het is de naakte molrat. Hij is evolutionair zo ontstaan en blijkbaar verouderen diens bloedvaten niet, of anders.” Zo ontstond het idee de bloedvaten van dit dier te vergelijken met die van een muis en een mens, op zoek naar eigenschappen die bruikbaar kunnen zijn voor het verjongen van humane bloedvaten. “Ik werkte nog niet eerder met vergelijkende biologie, waarin je dus de eigenschappen uit de natuur probeert aan te wenden voor het behandelen van ziektes.” Ze gaat zowel bloedvaten van jonge als oudere dieren vergelijken met die van de naakte molrat, in de hoop targets te vinden om bloedvaten te stabiliseren qua veroudering of zelfs te verjongen. Zowel op celniveau als in humane bloedvaten als in proefdieren.
Met de Vidi-beurs ontdekte ze al hoe genen met medicatie gemanipuleerd kunnen worden in vitro en ex vivo, om de gevolgen van veroudering om te draaien. “We kunnen op dit moment nog niet alleen de fibroblasten in een bloedvat behandelen, want de delivery methode is er nog niet. Ik hoop met de Vici vooral de targets voor de behandeling te leveren. ”
Daarnaast liet haar onderzoek ook zien dat de bindweefselvorming vooral in de buitenste vaatwand plaatsvindt, terwijl die fibroblasten ook communiceren met de gladde spiercellen in de middelste laag die de contractie verzorgen. “Het is dus niet een stand-alone effect: ze hebben invloed op de andere lagen en zorgen zo voor verstijving of hoge bloeddruk. Dat is ook wel een nieuw concept: de outside-in effecten.”
Authentiek leiderschap
Een tweede grote stap in 2025 was de benoeming tot leider van de CARIM-Blood divisie. Een logische stap na het volgen van het Dutch CardioVascular Alliance (DCVA) Leadership Program een paar jaar geleden. Destijds gaf ze in een interview aan dat ze vooral authentiek, met oog voor de mensen om haar heen het beste uit anderen wilde halen. Het idee de komende jaren door te groeien in managementfuncties is inmiddels iets genuanceerd. “Ik word volgend jaar vijftig, dus ik heb nog even te gaan. Als ik al snel in zware managementrollen zou zitten, denk ik minder tijd te hebben om creatief te zijn. De druk is al vrij hoog in onderzoek en onderwijs, naast de balans tussen werk en privé. Dat gaat nu lekker, dus dat wil ik graag even consolideren.”
Plezierige vergaderingen
Na een intensieve beginperiode, vanwege de external review comittee die bij CARIM langskwam in 2025, waarvoor ze veel documenten vergaarde en schreef, is het nu OK, vertelt ze. “We hebben een leuk managementteam, waarmee ik goed overweg kan. Dat maakt het een plezier om naar de vergaderingen te gaan, dat er naast serieuze gesprekken ook altijd wel een lolletje is. Dat geeft energie en daarnaast lukt het aardig om alle onderwerpeng een even groot podium te geven, één van mijn doelen.” Daarnaast vindt ze het nog steeds belangrijk oog te hebben voor de mensen om haar heen. “Het lastigste vind ik dat je soms nare beslissingen moet nemen die gevolgen hebben voor mensen. Daarin heb ik nog iets te leren voordat ik grotere stappen zet.” Ook deze openhartigheid is weloverwogen. “Ik wil de werkelijkheid weergeven. Niet alleen de ogenschijnlijke successen, maar ook het bloed, zweet en tranen dat je niet ziet op Linkedin bijvoorbeeld. Ik wil de jongere generatie voorbereiden op de werkelijkheid. Het is écht een superleuke baan, zelfs een hobby. In welke baan mag je doen wat je verzint, als je maar geld kriigt om het uit te voeren? Maar je moet er weloverwogen instappen om het goed vol te houden.”
Als mentor in haar team probeert ze deze en andere aspecten in het oog te houden. De werk-privé-balans is daar ook onderdeel van; iets wat ze zelf leerde door ‘een paar keer over mijn grenzen heen te gaan’ en dat gevaar ligt altijd op de loer. “Maar ik weet ook hoe ik kan ontspannen en dat doe ik ook bewust: sporten, lezen, iets met het gezin of de kinderen ondernemen. Vrije tijd bewust plannen.” En als ze even haar eigen mentor speelt, duwt ze zichzelf de drempel over naar een volgende carrièrestap. Misschien een ERC-advanced beurs aanvragen. “Ik weet niet of het vrouwen eigen is, maar ik denk vaak: dat is iets voor later, nu nog niet. Maar daar moet je overheen stappen. Nu heb ik de kans om op mijn gezicht te gaan, want nu ben ik veilig.”








