Skip to main content

Spiritualiteit doet bij sommigen een “zweverig” belletje rinkelen. Als je bedenkt dat het Latijnse woord spiritus ‘adem’ of ‘levenskracht’ betekent, wordt het meteen toegankelijker. Net zoals iedereen ademt heeft ook iedereen een eigen spiritualiteit; een of meerdere bronnen van levenskracht. Dingen waarvan je ziel gaat zingen, waardoor je je gesterkt voelt, of vervuld. Soms zijn ze gekoppeld aan ‘kippenvelmomentjes’ of andere lichamelijke reacties. Onlangs presenteerde ik op mijn opleiding mijn spiritualiteit. Naar analogie van het christelijke ‘geloof, hoop en liefde’ kwam ik uit op ‘natuur, muziek en liefde’.
Toen ik op mijn werk een optreden van ‘Diva Dichtbij’ voor een groep bewoners met dementie bijwoonde, en ze ‘Mag ik dan bij jou’ zong voor een dame die snikkend van ontroering terug begon te praten: ‘Ja, hoor… dat gaan we regelen’, kneep mijn keel dicht. Twee van mijn krachtbronnen kwamen samen in dit moment. Muziek sloeg een brug van hart tot hart en de naastenliefde bleek sterker dan de dementie.
Hoewel we naar mijn idee ten diepste alleen zijn in dit leven, geloof ik dat we diepgaande verbinding met ‘de ander’ kunnen aangaan, en (even) samen dragen wat voor één mens te zwaar is. Dat laatste is wat mij betreft de meest beknopte omschrijving van het vak geestelijke verzorging. ‘Je bent je eigen instrument’, zeggen we graag, dus muzikaal als ik al mijn hele leven ben, is het logisch dat ik mijn gitaar meeneem naar mijn werk. Het is letterlijk en figuurlijk een instrument om contact te maken, of te verdiepen. Om herinneringen naar boven te halen, of troost te bieden. Om geluid te geven aan het onzegbare. Een schuilplaats te bouwen via samenzang, die samenhang creëert; die bedacht ik niet zelf, maar komt van één van mijn inspiratiebronnen voor het (muzikale) werk met mensen met dementie, Paula Irik. In mijn eindreflectie voor mijn studie schreef ik uitgebreider over het hoe en waarom van live muziek in geestelijke verzorging voor mensen met dementie. En waarom ik me graag een ‘door de muziek gezonden geestelijk verzorger’ noem. Een derde krachtbron voor mij is de natuur. Van de zee tot de dieren en de planten en bomen; ik verwonder me bijna dagelijks over de pracht en veerkracht.

De term ‘krachtbronnen’ suggereert dat het een eeuwig stromende toestand is, die nooit zal opdrogen, maar ik heb gemerkt dat je krachtbronnen niet onuitputtelijk zijn en soms gevoed moeten worden. Deze week zat ik een paar dagen in het heuvelland, waar ik meer vogels dan mensen beluisterde. Op een avond zat ik buiten zachtjes wat akkoorden te tokkelen toen er een merel neerstreek in de boom vlakbij. Hij zong zijn prachtige, gevarieerde melodie, die naadloos harmonieerde met de akkoorden van mijn gitaar. Het moment duurde zo’n vijftien seconden en was magisch. De wereld om me heen leek even te verdwijnen, terwijl ik diepgaand verbonden was met deze vogel. Geen idee of hij dat ook zo ervoer en we het dus ‘een gevalletje resonantie’ kunnen noemen, nog zo’n term uit de geestelijke verzorging. Maar als je het mij vraagt, waren wij ‘aan het muzieken’, de merel en ik. Mijn ziel zong.

Een merel – Rutger Kopland

Er is iets in de zang van een merel
het is voorjaar, je wordt wakker

je ligt te denken in de nacht
het raam staat open – er is iets

waarvan die vogel zingt
en je denkt aan wat je moet opgeven

er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol
met het zingen van die merel.